teisho

Teisho door Harada Tangen Roshi 2 april 1992

We zitten net in de Sesshin, ik weet dat jullie denken dat je je met volle overgave op de oefeningstort die je toevertrouwd is. Denk je dat het altijd mogelijk is om zazen te beoefenen? Rustig, geconcentreerd zoals het je voorgespiegeld is? Ongeacht wat er gebeurd of opkomt, zonder belemmeringen? Sommige momenten is dat zo, maar het volgende moment word je aandacht getrokken door een gedachte, een geluid, of wat dan ook, je dwaalt af, en je interesse ligt opeens totaal ergens anders. Er is je voorgespiegeld hoe te praktiseren, houd je daar aan. Blijf geconcentreerd op je training gericht zonder links of rechts te kijken, alsof je met hoge snelheid een rechte weg afrijd. Misschien voel je je niet in staat om op je oefening gericht te blijven. En je vraagt je af wat de sleutel is, wat de t manier is om geconcentreerd bij je oefening te blijven? Ik zal het je zeggen: “Wat er ook opkomt, wat er ook gebeurd, geef er niet aan toe, en probeer het niet te verdrukken”. Geef er niet aan toe en verdruk niets. Dit wordt er bedoeld met ‘niets vasthouden, niets met je mee dragen’, dit is wat zuivere geest is (empty mind). Lichaam en geest zijn afgeworpen, en wat er ook verschijnt, geef er niet aan toe en verdruk het niet. Draag niets met je mee en probeer je nergens aan vast te houden. Is het wel mogelijk om dit te doen? Natuurlijk, als je ogen eenmaal geopend zijn zal je zien dat dit allemaal van het begin af aan al zo is. Het is niet mogelijk iets mee te dragen of mee te brengen. Dit beschrijft wat realiteit is. Als je ophoudt met je te laten afleiden dan is alles wat aan je verschijnt hiervan vervult. En ik weet bijna zeker dat je precies op dit moment op zoek bent naar een oplossing, en dat je die buiten je zoekt. Je hebt het gevoel dat hetgeen wat je zoekt dat je dat moet hebben, dat het te verdienen is, en dat je het bezitten kunt. Maar op deze manier raak je verwikkeld in het bezig zijn met je belemmeringen. Je denkt in termen van dit of dat, in situaties waarvan je veronderstelt dat ze buiten jezelf liggen, als je die nou eens kon veranderen, dan zou je een stuk gelukkiger zijn. Je raakt verstrikt in “als nou eens dit of als nou eens dat”. Dit is wat we ‘naar de oplossing buiten jezelf zoeken’ noemen.

               Maar het is mogelijk om deze manier van zien en zijn los te laten.

                      Vergeet lichaam en geest, laat lichaam en geest los.

                      Dit is door alle voorgaande leraren onderwezen.

 Je hebt je angsten en je vraagt je af, is het niet gevaarlijk om lichaam en geest los te laten? Er kan je niets gebeuren, schuif lichaam en geest opzij, werp jezelf in Boeddha’s huis en hij neemt alles over. Als je dit advies opvolgt bevrijd je jezelf van geboorte, dood en word je een berekeningloze vanzelfsprekende Boeddha. Werp jezelf zonder bijbedoelingen, zonder berekeningen hier in. Werp je zelf in Boeddha’s huis. Dit zijn woorden van Dogen. Hij spreekt tot ons zoals een ouder zijn kind onderwijst, dit is wat we ter harte moeten nemen. Zijn lessen komen voort uit zijn eigen ervaringen. Als je karma met de lessen in overeenstemming is, dan zijn deze heldere woorden genoeg voor je. Je kunt ze horen en opvolgen.

Maar het is zo gemakkelijk om in verwarring en twijfel terug te vallen, daarom zijn ons verschillende manieren van oefenen gegeven: “Je ademhaling tellen, het volgen van je ademhaling, ‘shikantaza’, het geluid van één hand, je oorspronkelijk gezicht en de koan ‘Mu”. Deze oefeningen zijn van onschatbare waarde. Maar als je niet leeg, als een onbeschreven blad bent dan is het onmogelijk ze te ontvangen. Als je als oefening je ademhaling telt, tel dan alleen je ademhaling met je gehele inzet, wordt één met je adem. In het begin lijkt het alsof iemand de ademhaling telt, alsof er een ‘IK” is. Ik adem, en dit ‘IK’ 1 plak je overal aan vast. Ik doe ‘Tanté’, Ik doe Zen, ik mediteer, ik doe ‘Mu’. Honderden keren is je al gezegd dat ‘Tanté’ ‘het t ene doen’ betekent. Dat ik-bewustzijn wat je hebt, draagt een alles omvattende dualiteit met zich mee, het verdeeldt en scheidt. Als je werkelijk oefent word je één met dat wat je doet. Dan is er geen ruimte meer voor ‘Ik, Mij, Mijn’ om zijn gezicht t te tonen. Dit is wat het vergeten van lichaam en geest is, je word één met je oefening, je wordt je oefening, je oefening is alles wat er is. En als dit gebeurt, dan gebeurt het op een natuurlijke manier, het groeit uit je constante regelmatig terugkerende zazen beoefening. Of je nu je ademhaling telt, hem volgt of ‘Mu’ beoefent, doe het totaal, in vuur en vlam. Sta in vuur en vlam en je oefening zorgt voor zichzelf, oefening zorgt voor oefening.  

Je komt opgewonden naar Dokusan (privé-onderhoud) en je gesteldheid wordt je ontnomen of er wordt mee ingestemd. Oefening zorgt voor oefening, je hoeft je geen zorgen te maken over de ‘Mu’-toekomst, de ‘ademhaling tellen’-toekomst, werp je zelf eenvoudigweg met hart en ziel in je oefening. Om een goed zwaard te maken heb je een heet, een erg heet vuur nodig. Als je het zwaard in het vuur houd word het eerst roodgloeiend en daarna witheet. Je kunt het zwaard niet smeden als het koud is. Een zwaard is het beste te smeden als het witheet is. We zijn in sesshin en het begint heet te worden, je begint te branden. Maar als je er nu de kantjes vanaf gaat lopen verpest je het. Er zijn er onder jullie die nog niet eens tot het vuur gekomen zijn, wat een verspilling. Bijt je vast totdat je oefening je in vuur en vlam zet, en dan….’Bijt jezelf er nog meer in vast en laat niet meer los’. Je oefening zorgt voor zichzelf, ‘tanté’  doet ‘tanté’. Laat de beslissing om te oefenen sterker worden en laat dat wat je doet, ‘het ene doen’ sterker worden. In de Teisho gisteren zei ik keer op keer dat de bron van je doel om te oefenen het geloof in je wezenlijke Boeddhanatuur is. Alles bestaat dankzij elkaar, niets buitengesloten,een onovertroffen, perfecte harmonie.

Als je het met voedsel vergelijkt, je eet om je lichaam in stand te houden. Proef het, eet het, nu, dit moment, het is ons leven. Je hebt geen tijd om je in te laten met vreemde zaken, er is geen reden om naar iets op zoek te gaan. Er is geen reden om naar de juiste manier van oefenen te zoeken, het is precies hier voor je neus. Het doen is het proeven. Dat wat je het meeste verlangt, dat wat je het liefste eet, is precies hier, twijfel niet. Je oorspronkelijke Boeddhanatuur, het klinkt alsof het ver weg is maar het is precies hier. Je wilt alles, maar alles is al reeds van jou. Je eetlust is opgewekt, maar ervan proeven is niet genoeg. Je moet het met je ogen proeven, je oren, je neus, je gevoel, totaal volledig. Leven is: “Het is koud, het is warm, het is heet vandaag”. Je ontvangt altijd en je voelt met je geest, je proeft met al je zintuigen, maar als basis, als eerste, als fundament, is er je oorspronkelijke Boeddhanatuur, dat is wie en wat je bent.. Als je dit hoort en het met je intellect begrijpt dan is dat nog steeds niet genoeg. Dat geeft geen bevrediging, je hebt nog steeds het gevoel dat er iets ontbreekt. Je hebt nog steeds zorgen, verlangens en klachten.

We hebben allemaal onze gewoontes en karmische neigingen en onze eigen manier van je af laten leiden. Een baby is tevreden zolang moeder in de buurt is. Ze drinkt, valt vredig in slaap en als ze wakker wordt is moeder er weer. Zo lang moeder er is heeft de baby een veilig en vredig gemoed. Maar geleidelijk aan begint bij een baby de gewoonte om rond te kijken de kop op te steken. Er wordt wel gezegd dat naar mate een baby opgroeit hij steeds verder van het Boeddhaschap verwijderd raakt. Hoe verdrietig is dit. Een baby grijpt simpelweg de groei van het ego. We omarmen en we zijn omarmd door de grootste schat in de wereld zonder het te zien. We zien alleen duisternis. Deze duisternis is het gevoel dat we van alles afgescheiden zijn. We versterken ons bewustzijn van een zelf, ik tegenover de rest van het universum, het zelf tegenover anderen.

We bouwen muren en vergelijken ons zelf zodat we altijd in competitie verzeild raken. We denken altijd in termen van eerste of laatste, winnen of verliezen. We willen graag de eerste zijn, iedereen wil graag de eerste zijn, dit is de bron van lijden. Dit is je van de waarheid afkeren. Zelfbehoud is je van de waarheid afwenden. Maar je bent in de gelukkige situatie dat je in staat bent de les te horen: ‘Zelfbehoud is de bron van lijden’.  Veronderstel dat je niet in staat bent dit te horen, of in de situatie verkeert dat je dit niet kunt horen? Veronderstel dat je niet kunt horen dat zelfbehoud de wortel van lijden is. Zou je dan niet nog meer onvrede hebben? De meeste mensen zijn niet in staat of in de gelegenheid om de waarheid te horen. Veronderstel dat het onmogelijk voor je is om over ‘Boeddhanatuur’ te horen. Veronderstel dat je niet wilt of kunt geloven dat ‘alles’ schoonheid als erfenis heeft. Als je niet zou weten dat de oorzaak van al je lijden zelfbehoud is?

Veronderstel dat je niet gelooft dat het mogelijk is om door je zinsbegoochelingen heen te breken. Veronderstel dat je gelooft dat ‘eten of gegeten worden’ de enige manier van leven is. Dat zo de menselijke natuur is, en dat, dat de enige manier van leven is, dat daar leven uit bestaat? Als dat zo is, dan ben je dag in dag uit bezig met het versterken en bestendigen van je zelfbehoud. Zo’n levensfilosofie is zelfgecreëerd. Zulk een wereld is zelfgecreëerd, de hongerige geest, het beest, hel, demonen bevechten, zulke sferen, zijn allemaal zelfgecreëerd. En als je niet oppast dan kun je ondanks je zazen beoefening  deze miserabele stijl deze wereld van misère vast blijven houden. In werkelijk leven is er geen tijd deze wereld van misère te bestendigen. In de sutra van “Het verrijzen van verlangen naar verlichting” staat: Als we in contact komen met de werkelijke leer, laat het dan mogelijk zijn om wereldse zaken op te geven. Wereldse zaken, een wereld waarin geen oppositie, dualisme en competitie is.

Een hoofd, een brein dat is belangrijk in wereldse zaken, een wereld waar in je je vasthoudt aan een zelfbewustzijn, en daarom een wereld vol pijn. De vier verschrikkelijke sferen worden geboren uit het misverstand van het geloof in dualisme, van zelf en anderen. Je bent niet geboren om het geloof in oppositie te bestendigen. Je bent allemaal in staat om dit te horen, en dit horen is de eerste stap naar het te realiseren. Je werkelijke natuur omvat het totale universum, het is allemaal ‘jij’. Al begrijp je het nog niet, hier ben je naar op zoek, naar dit begrijpen, je kunt er niets aan doen, je moet het begrijpen. Zo begin je met zazen-beoefening met een vast doel voor ogen. Maar als je de belangrijkheid van je doel en de gelofte daaraan niet begrijpt wordt dat later een ramp voor je. Gedurende je training is het niet moeilijk in misvattingen te vervallen, of ideeën te produceren die gebaseerd zijn op ‘willen en niet willen’. Je kunt lui worden, jezelf vertroetelen, het is allemaal zo gemakkelijk om de muren tussen jou en anderen eerder te verstevigen dan af te breken. Het eerste doel wat je uitgezocht hebt, raak dat eerst, de rest is niet belangrijk. Het is zo gemakkelijk in de waan te komen dat je iets gerealiseerd hebt. Of om tot het besluit te komen om een zo menselijk mogelijk bestaan te gaan lijden, gebaseerd op een dualistisch idee van jezelf. En, als je niet voorzichtig bent, wat niet ondenkbaar is, dan blijf je steeds maar zoeken naar het vertroetelen van de band met de Dharma. Het is zo gemakkelijk om lui te worden, om je af te laten lijden. Het is zo gemakkelijk om de obstakels op je pad te accepteren, die op die manier de verdieping van je inzicht blokkeren. Als je hier aan toe geeft zal het een ontevreden mens van je maken, iemand die geen vrede van geest kent. Bij elke keer dat je een straat over steekt of een hoek om gaat, kan je compositie, je constructie uit elkaar vallen. Maar dat wist je al, is het niet? Wat gebeurd er als je moeder sterft, je vader, of diegene waar je het meeste van houdt. Je kind waar je zo zielsveel van houdt, hoe zou je hem of haar willen opvoeden? Zou je willen dat je kind de top bereikt ongeacht over hoeveel lijken hij of zij gaat? Zou je willen dat de pijn van anderen, hem of haar geen bal kan schelen? En dat dat allemaal uit onwetendheid voortkomt omdat jij hem of haar dat niet hebt bijgebracht? Een poosje terug hoorde ik bij toeval het verhaal van iemand die klinisch dood was maar die weer tot leven gewekt is. Hij vertelde me dat hij zich bewust werd hoe wonderlijk het was om weer leven te ontvangen. Hij leeft nu een totaal ander leven dan voorheen, hij is zelfs niet eens meer in staat een vlieg kwaad te doen.

Ik herinner mij uit mijn jeugd dat ik een muntstuk inslikte die in mijn luchtpijp bleef steken. Mijn vader vloog met mij naar het ziekenhuis. Daar werd nog juist op tijd het muntstuk verwijderd en misschien was toen de gelegenheid aanwezig om te ervaren met hoeveel zorg ik omringd ben, hoe ik door alles beschermd wordt. En werkelijk, het kleine “ik” is er niet de oorzaak van dat er iets wonderlijks met mij gebeurde. In eik geval, ik groeide op met het angstige gevoel dat er iets was, iets wat ik niet kende. Nu ik er op terug kijk zie ik dat het een miserabele tijd was die gekenmerkt was door dualistisch denken. Ik leefde in competitie, ik wilde graag de beste zijn. Ik wil niet zeggen dat dat slecht of nutteloos was, maar het is wel betreurenswaardig om in zo’n situatie te blijven steken. Hoe betreurenswaardig zou het zijn om te sterven zonder dat je ‘dit’ t begrijpt. Hoe betreurenswaardig te sterven na zo’n gekweld leven te hebben geleid.                                  

Laat zoiets niet toe, werp je met al je energie op dit “ene doen”, neem elke stap vastberaden en met energie. Elke stap nieuw en vol leven, neem elke stap gehoorzaam; dat is je oefening, “groot hart oefening” (DAl SHIN GYO). Je moet ontwaken tot wie je werkelijk bent, je moet zien dat jou wereld, deze wereld, een wereld van mededogen is. Je moet in staat zijn te zien dat deze wereld een oceaan van Dharma-water is, één grote oceaan van mededogen. Wat een groot verdriet niet te ontwaken tot wie je bent. Er zijn 84.000 Dharma poorten en niet een is hetzelfde, zo als niet één van ons het zelfde is, we hebben allemaal onze eigen natuur. En moeten werken met dat wat we hebben om te ontwaken tot wat we zijn. De Dharma poorten staan wagenwijd open, wordt wakker en je zult in overeenstemming leven met dat wat je ontvangt. Je zult leven in een vuur van het tonen van dankbaarheid. Je zult dankbaarheid willen tonen voor dat wat je ontvangt.

Door de karmische onontkoombaarheid van geboorte en dood, polijsten wij steeds meer onze natuur. We polijsten het, maar deze werkelijke natuur is verborgen voor ons. Het is daarom noodzakelijk je discriminerend denken los te laten. Als je één telt, tel dan alleen één, wees één, gooi je zelf er zo totaal in dat jij verdwenen bent en er alleen een volledig totaal gigantisch groot ‘één’ is. Als je één telt, ben je één, geen discriminatie, geen dualiteit. Van oorsprong is er geen dualiteit. Als je twee telt, tel dan twee. In elke ademhaling is oorspronkelijk zelf geopenbaard. Praktiseer op deze manier en je zult zonder falen, zonder twijfel meer en meer intiem met het leven zelf worden. Steeds meer één met eenheid. Iedereen die voor jou op deze manier geoefend heeft zegt het zelfde.  

Als je jezelf in Boeddha’s huis werpt wordt alles door hem gedaan, vrij van geboorte en dood ben je zonder moeite een berekeningloze Boeddha. Ik hoop dat je enkelvoudig doelbewust streven sterker wordt, besteed er zorg aan. Elke ademhaling moet vervuld zijn van een welwillend hart. Ik loop dit pad voor eeuwig, ik zal ontwaken tot groot mededogen. In dit leven en de levens die nog komen, laat dit je gelofte zijn. Maak deze gelofte sterk en elke handeling die je doet zal er vervuld van zijn.

Elke handeling die je in eenheid doet is je dankbaarheid terug betalen aan al de vaders en moeders die je incarnatie na incarnatie geboorte gaven. Deze vaders en moeders hebben zich hier moeite voor getroost.

                         Altijd samen, ik beloof dat, samen met alle wezens.

Dat is zoals het is, laat het mogelijk zijn om dit voor je zelf te zeggen. Laat het mogelijk zijn te zeggen ‘alles is Boeddhanatuur’. Oppositie, afscheiding, afstand, dit alles is 1 een bekrompen inzicht ontstaan uit een oordelende geest. De geest waar je doorheen moet breken. En dit alles heeft niets, maar dan ook absoluut niets te maken met de ademhaling van dit moment, deze ene ademhaling, je ademhaling in eenheid, deze ademhaling. Wees er één mee, dat is wat je oefening is. Samen met iedereen, verzorgd door iedereen loop je dit pad en

SAMEN MET ALLE WEZENS VERWERVEN WIJ 
BOEDDHASCHAP

lelie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Please follow and like us:
teisho

TEISHO DOOR HARADA TANGEN ROSHI 1 APRIL 1992

Dit is de april-seshin, de eerste Seshin van de nieuwe retraite periode. Je hebt de eerste stappen reeds genomen. Deze stap. Deze stap is altijd fris en nieuw. Als je begin niet goed is heeft verder aanmodderen geen zin. En wanneer je dat beseft, dan ga je met de juiste instelling van start.

Begin deze Seshin met de juiste voet.
Begin met de juiste oefening.
Begin met het juiste doel voor ogen.

 Als je denkt dat het er niet toe doet, het juiste doel voor ogen te hebben, dan zal je daar later nog spijt van krijgen.

Beginnen met de juiste voet.
Trainen met de juiste bedoeling.
Gelovend in de ware Dharma.

 Mijn training zal door Dharma geïnspireerd zijn. Ik zal de ware Dharma in persoon zijn. Wat is deze ware leer, deze ware Dharma? Er zijn mensen die een diepe verbondenheid hebben met de Dharma-leer. Zij die het voor de eerste keer horen en direct tot diep geloof komen, niet één keer twijfelen aan dat wat ze gehoord hebben. Er zijn anderen wiens huidige verbondenheid met de Dharma zwak is, die niet de oren hebben om er een woord van te horen. Als je dit leven passeert zonder dat één woord van de Dharma tot je doorgedrongen is, dan heb je het gemist. En waarschijnlijk zal je het volgende en het daarop volgende leven het ook missen.                                                                                                                                

We hebben zo als voor elke Teisho (leer-rede) de Sutra gereciteerd, waarin het verrijzen van verlangen naar verlichting staat. Elke regel, elk woord kan tot je spreken, elke regel openbaart leven. Als je verbondenheid met de Dharma diep is dan proef je dit feest, en kan je voor je zelf zeggen ‘Wat een feest’, als je deze Hotsugan Mon Sutra reciteert. Door het telkens weer opnieuw te reciteren verdiep je je gehoor. Elke keer als je het reciteert ben je meer in staat het te vereren. Vereren, wat betekent dat? Het betekent dat er geen barrières, obstakels, zijn. Waarom? Als je kunt buigen uit verering betekent het dat je eigenliefde weggevallen is, dat je leeg bent. Je bent één met het object van verering. Maar natuurlijk is er geen object, geen oppositie. Het verrijzen van Dogen’s verlangen naar verlichting, openbaart Dogen’s diepste verlangen, ons verlangen, mijn verlangen, jou verlangen. Het is het verlangen dat uit het leven zelf oprijst.

Het is ons gebed,
onze belofte,
onze gelofte.

We zijn één met iedereen die praktiseert, en gepraktiseerd heeft en zal praktiseren. We leven van dit verlangen. De Hotsugan Mon Sutra begint met: ‘Wij beloven’. 

We beloven, we bidden, we doen geloftes, we verlangen, het verlangen te leven. Verlichting realiseren omwille van alle wezens is niet zo maar een plan of idee waar we zelf op komen. Ik beloof samen met alle wezens, samen met alle wezens, het is onmogelijk dat te laten vallen. Het is inherent aan de gelofte. Verlichting, de belofte tot verlichting te komen, betekent dat alle wezens daarbij inbegrepen zijn. We zijn met z’n allen één en dezelfde.       

Maar dit zijn niet meer dan woorden voor ons zolang we ons zelf niet kennen. Ikke, Mij, Mijn, grijpen we vast als een vals begrip van ons zelf, en we maken daarmee onze wereld zo klein, een afgebakend klein ‘Ikje’. Ontwaakt tot het werkelijke Ik, besef je dat ‘samen met alle wezens’, je gegeven is. Dit is zo als het is. Samen met alle wezens één. Alle wezens betekent alle wezens, niets kan hier van buiten gesloten worden.

Alle wezens, elk ding

Ieder wezen is geboren door oorzaken en omstandigheden. Alles is geboren in karmische relatie tot al het andere.  Niets anders dan ’afhankelijk van elkaar’ is waar het om gaat. Geologie laat ons fossielen zien in de structuur van de aarde, laag na laag opgebouwd. Fossielen miljoenen, biljoenen jaren oud. Maar met het verlicht geopende oog zie je dat alles wat het oog waar neemt geboren is dankzij de afhankelijkheid van alles en elkaar. Dankzij karmische relatie met al het andere in het universum. Jij zelf kan tot het inzicht komen dat het mogelijk voor je is om op deze manier te zien. Jij zelf kan tot begrip komen, begrijpen dat alles wat je ziet, alles wat je hoort, wonderbaar, uniek en kostbaar is. Alles is zoals het is, niet twee dingen zijn het zelfde. Maar mij horen spreken, over deze rijke wonderbaarlijke dingen in het universum, maakt niet dat je er toe overgaat alles en elk ding met iedereen te delen. Ik denk dat iedereen voor zichzelf reeds besloten heeft wat waardevol is. En misschien, hoe nieuwer iets is, hoe waardevoller we het vinden. Neem nu antiek, een 200 jaar oude kom zien we als zeer bijzonder en waardevol. Hoe ver van werkelijk zien kun je geraken?

Als je Dharma-oog, je levens-oog, open is dan zie je de onbegrensde waarde van alles, van alles wat je maar ziet. Een blaadje dat je met je voet weg schopt. Alles en iedereen is geboren door tijdloze Karmische verbondenheid met alles en iedereen. Voor wat is het mogelijk niet waardevol te zijn? Je kunt erg verstrikt raken in wat als vaste vorm voor je ogen  verschijnt. Laat de wind door je haar waaien, dat is een kostbaar kleinood. Het zachte avondlicht van april, hier voor de geboorte van je ouders, een fris warm april briesje, tijdloos,  niets buiten gesloten, een kostbaar kleinood, als je toestaat het je te laten raken. ‘Samen met alle wezens’: Deze ene regel zegt alles, verklaart alles, die ene stap die je neemt, die ene ademhaling, niets is buiten gesloten. Deze ene stap is definitief. We zitten hier en hebben de gelofte tot ontwaken gedaan, samen met alle wezens. Dit is ons doel, ons vertrekpunt. We zijn uiteindelijk reeds samen (verenigd) met alle wezens. Maar klinkt dat niet hoogmoedig gezien de wanorde waar we ons in bevinden. Totdat de verlichting zich realiseert is hier niets aan te doen. We ontvangen alles. Iedere verbinding, naar welk punt dan ook, is verweven met alles in het universum. Je pink is er dankzij alles (de rest van het universum). Begrijp het theoretisch je pink en dankbaarheid valt je ten deel. Als je daartoe ontwaakt zie je hem als de kristallisatie van het universum, zonder bezwaar tegen wat dan ook. Je ziet je pink als de schat der schatten. In India zijn er mensen wiens armen en benen als gevolg van een ziekte zijn geamputeerd. Hier in Japan was ook een vrouw zonder armen en benen. Nakamuda Hisakho was haar naam. Ze was in staat om te ontwaken tot leven, en werd 70 jaar oud. Ze maakte een lied waar de regel in voorkwam:

Ik heb armen, ik heb benen’

Omdat ze ontwaakt was tot haar ware armen, en ware benen. Ze kon de vreugde in alles zien, maar voordat ze ontwaakt was tot deze vreugde moet ze het tienvoudige geleden hebben van wat een normaal mens moet leiden.

Het correcte vertrekpunt, het juiste doel van je oefening, wordt precies hier in deze ene regel weergegeven: 

Ik beloof te ontwaken samen met alle wezens’

Als je deze ene regel begrijpt, begrijp je alles.

Ik beloof.
Dit verlangen,
dat is werkelijk leven.

 Geloof deze waarheid, de staat van deze waarheid, deze ene regel, “Samen met alle wezens”. Geloof deze waarheid en het hartsverlangen realiseert zich:

‘Met alle wezens samen’

Daarom zijn we hier. Zoals je kunt zien, van het begin af aan is er geen spoor van een beperkt zelf. Iedereen die ontwaakt is kan dat beamen. Luister naar de woorden van Sakjamuni Boeddha: ‘Alle wezens zijn mijn kinderen, alle wezens in de drie werelden zijn mijn kinderen.’ Alles ben ik, het juiste begin, alle wezens zijn Boeddha, ongeacht twijfel daaraan. Alles is van origine een schat, van origine verlicht, maar voordat dit gerealiseerd is, totdat je je het realiseert, geboorte na geboorte, stap na stap herhalend, is dit een stap naar het verkrijgen van verlichting. Iedereen die hier de Sesshin training volgt heeft een diepe verbondenheid met de Dharma. Je leeft je leven om je dankbaarheid terug te betalen. De ware Dharma ben je zelf je bent één met de bron van alle  bestaan. Sommige denken dat de bron een zwart gat of zo iets is waar je in moet kruipen om het te vinden. Je vergist je op dit punt, de bron is het Al (alles, allemaal, ieder).

Hier en nu, dit moment, is perfectie.
Een andere naam ervoor is waarheid.

Er hangt een bord boven de ingang van de Zendo (meditatiehal) waar op gekalligrafeerd staat:

De weg is universeel en perfect’

De weg is leven, waarheid, hoe je het ook wilt noemen, er is nooit iets anders geweest. Universeel, niets te veel, niets te weinig, perfect, een overvloed. Het antwoord dat je zoekt klinkt overal om je heen. Ongeveer  twee en een half duizend jaar geleden werd Shakyamuni Boeddha op deze aarde geboren met hetzelfde lichaam als jij en ik. Hij groeide op zo als jij en ik en ervoer net als jij en ik het lijden in deze wereld. Zijn lijden is het lijden van iedereen, samen met alle wezens. Shakyamuni doorgrondde de oorzaak van het lijden en deed de gelofte het lijden op te los de gelofte ons lijden  te corrigeren, er iets aan te doen. Iedereen die hier zit heeft kennis gemaakt met lijden, van aangezicht tot aangezicht, je weet er wat van. Misschien zijn er onder jullie wiens ervaring in lijden niet meer dan de grote van een sesamzaadje omvat, een nog al pijnloos leiden. Anderen zijn misschien opgezadeld met een vracht zo zwaar dat je je nauwelijks kunt bewegen. Misschien is je pijn zo zwaar dat je nauwelijks adem kunt halen. Wat je lijden ook moge zijn, ik hoop dat je het kunt accepteren, zonder te protesteren, je erbij neer leggen. Hoe dan ook en op wat voor manier dan ook, leg je neer bij het lijden ten gunste van alle wezens. Je zult tot het inzicht komen dat je lijden een schat is, hoe groter de pijn des te meer kans om in te zien dat het een schat is. Je bent in staat om een persoon van louter vreugde te zijn, zonder limiet. Waarom praktiseer je? Je kunt het niet helpen om de ware gelofte te praktiseren, is het niet? Iedere morgen reciteren wij de namen van Boeddha en de patriarchen. We buigen voor hen. Deze lessen zijn overgegaan van leraar op leraar zonder onderbrekingen. Maar toch is het geleidelijk wat minder geworden naar mate het is doorgegeven. Maar zolang de leer stroomt moet je hem ontvangen. We moeten ons met hart en ziel op de oefening werpen, in het accepteren van de Dharma-les en ons zelf in de stroom werpen, met al onze energie. Wat een schande zou het zijn de Dharma-Les niet te ontvangen. Je word er door aangeraakt, maar als je niet voorzichtig bent, is het zo gemakkelijk om niet te waarderen wat je hebt. Het ware doel van de oefening. Heb je de oplossing gevonden om te oefenen met het verlangen verlichting te verkrijgen samen met alle wezens. Wat een zonde is het deze kans niet met beide armen te omarmen.

‘Boeddhanatuur’

Maak je er klaar voor, maak je klaar voor het feit dat alles Boeddha is. Werk naar de oplossing, het ontwaken, dat jij de meester van het universum bent. Maar wanneer je jezelf ziet als een verzameling van langzaam lerende, verstandige en de wereld beschouwende ervaringen, die je tot nu hebt opgebouwd, zelfs als je een groter voorstellingsvermogen hebt, dan is het moeilijk te bevatten dat je louter ‘bestaan’ bent.

Het lijkt alsof er een wereld van verschil tussen jou en je huidige staat en perfectie is. Is het niet?                                                       

Je hebt gelijk. Er is een wereld van verschil tussen wie je denkt dat je bent en wie je bent. Je klemt je vast aan het besef van Ikke, ikke, ikke. En probeert het vast te houden, je vast te houden aan zoiets oppervlakkigs, je staat nog steeds voor de poort. Wees niet tevreden met je dommigheid, maar stap van ganser harte door de poort. Accepteer dat je veel ontvangt om anderen te geven. En ga door met waarvan je weet dat je het doen moet, vind de oplossing om één te zijn met deze ene ademhaling. Besluit simpelweg dat alle wezens Boeddha zijn. Besluit dat je uit overlevering vrij bent, je bent niet begrensd of geketend, je bent vrij. Besluit dat je het zogenaamde obstakel van geboorte en dood achter je hebt gelaten.

Het obstakel dat zo onoverkomelijk is. Van het begin af aan moet je orde op zaken stellen, op hetzelfde moment wetend dat je het niet begrijpt. Je begrijpt het nòg niet, en dat is goed.

Geloof komt eerst.
Eerst in je hart,
eerst geloof.

 

Samen met alle wezens verwerven wij het
Boeddhaschap.

Jizo Bosatsu

                             

 

 

 

Please follow and like us:
teisho

TEISHO, HARADA TANGEN ROSHI, 4 FEBRUARI 1992

We zitten nu in het midden van de sesshin en hebben moeite om de top te bereiken. Je zult merken dat het noodzakelijk is om een werkelijk verlangen te hebben de top te bereiken. (Zen-meditatie wordt vaak vergeleken met bergbeklimmen). De sutra die we voor de teisho reciteren, EIHEI KOSO HOTSUGAN MON (het verrijzen van het verlangen naar verlichting), begint met de woorden:

“Ik verlang naar”,  “ik beloof dat”, of  “en hoe dan ook, ik zal dit verlangen verstevigen, meer kracht geven, leven na leven, ik zal deze belofte niet vergeten. Ik zal dit verlangen niet vergeten.”  Een verlangen naar wat? Waar ben je mee bezig? Waarom ontzeg je je de genoegens van dit leven? Wat was Dogen’s (stichter van het Soto Zen) verlangen? Samen met alle wezens, in dit leven en alle levens van nu af aan hoop ik dat het mogelijk voor mij wordt de werkelijke Dharma te horen. En als we de Dharma horen is het onmogelijk te ontkennen en is het onmogelijk er geen vertrouwen in te hebben. Als we in contact komen met de werkelijke Dharma dan verlaten we onze gebruikelijke manier van leven, de manier waarop we ons leven ingevuld hadden. Van af dat moment ontvangen en accepteren we de werkelijke lering.  De totale aarde en alle levende wezens realiseren op dat moment het perfecte Boeddhaschap. Het enige wat je daar voor nodig hebt is een onbedwingbaar verlangen, en je oefening. Het beoefenen van het pad. Wat is het pad? Waar is het pad? Wat is het wat we zouden moeten volgen? Wat is leven? Als je tot het punt gekomen bent waar deze vragen werkelijk belangrijk voor je worden, zo belangrijk dat je er niets tegen kunt doen, dat je je dit afvraagt. Dan ben je op een punt aangekomen dat er geen weg meer terug is, dan blijf je geconcentreerd op het antwoord. En dan wordt even hier en dan weer daar kijken tijdverspilling. Je hebt een probleem, een brandende vraag die opgelost moet worden. Elk van jullie heeft ergens verdriet, pijn, verbittering, dat wat de drijfveer is, om dit probleem op te lossen. Het geworstel hiermee dwingt je het antwoord te zoeken.  Je sleept een zware last met je mee die, je niet los laat, deze gebondenheid beneemt je je vrijheid. 

Vraag jezelf eens af of je dit kunt ontkennen? Kun je werkelijk zeggen ik heb geen probleem, ik sleep niks met mij mee? Sommige mensen bedriegen zichzelf, maar ik heb de overtuiging dat jullie jezel serieus nemen. Vrij, ben je werkelijk vrij? Het is niet nodig om gebonden te zijn. Maar er is altijd wel iets wat je wilt hebben, iets wat je nodig hebt voor het één of ander.

Als je geen geluk hebt jaag je de rest van je leven datgene na wat je nodig denkt te hebben. Datgene wat nooit een oplossing voor je probleem kan zijn. Het is zo gemakkelijk hier in verzand te raken. Waarschijnlijk heb je een kalme rustige levensstijl, en gaat alles z’n gangetje.Maar hoe lang nog? Het is uiterst zeldzaam dat iemand tijdens zijn leven geen lijden kent. Negenennegentig procent van de mensheid ontmoet pijn, verdriet, angst, kortom ontmoet lijden. En als je lijdt dan zoek je een uitweg uit dit lijden. Wat is het dat je zoekt? Wat is het verlangen van je hart? Pijn, lijden, het is overal en je hoeft niet ver te zoeken om het te vinden. Hoe meer je je hier van bewust bent des te groter je eigen lijden is. Ik vraag, ondanks dat het negatieve Karma uit mijn verleden, wat zich als een barricade heeft opgehoopt en een obstakel op mijn pad van beoefening is, dat de Boeddha’s en Patriarchen, die het pad reeds gerealiseerd hebben, mij met mededogen in acht nemen, mij bevrijden van dit slechte, en zich opgehoopte karma, en alle obstakels op mijn pad elimineren. De verdienste van hun Dharma-lessen vult het oneindige universum. Mogen de Boeddha’s en de Patriarchen hun mededogen naar mij niet versagen. Het mededogen van de Boeddha’s vult het universum. Het is het universum. Je bent reeds gered en je zal vrede van geest verkrijgen. Het pad is hier. Precies hier strekt het zich voor je uit. Je hoeft het alleen maar eenvoudigweg te bewandelen, stap voor stap. Deze ene moedige stap. Je kunt rustig zeggen, wanneer je alles als je oefening beschouwd dan ben je één stap van de poort der bevrijding verwijdert. Alles is mijn oefening, en als je daar plezier in hebt dan zie je dat alles het zaad van onbekommerde vreugde is. We kunnen ook stellen dat als tranen van pijn over je wangen rollen dan sta je misschien precies voor de bevrijding van die pijn. Als je werkelijk lijdt dan ben je waarschijnlijk de onvoorzichtigheid reeds gepasseerd. Maar als je nog steeds het antwoord ergens anders zoekt, of een ontsnapping zoekt in het één of ander, dan zullen er nooit werkelijke tranen over je wangen rollen. Als je continu dan weer dit en dan weer dat aangrijpt om te ontsnappen, het antwoord buiten je zelf zoekt, dan ben je niet in staat te zien wat je pijn doet. En wat huilen betreft, als je nu huilt terwijl je dit leest, dan mis je het, dan mis je de essentie. Daiun Roshi, mijn meester, zou niet tolereren dat iemand in huilen uitbarst. Hij zou roepen “Wie is het die er tijd heeft om te huilen?” Hij was in staat alles weg te grissen dat iemand hem bracht. Als je je best doet mij iets te brengen is dat o.k., maar velen van jullie realiseren zich niet dat je je vast grijpt aan iets. Waarom houd je je vast aan je dierbare leven? Dat komt hard aan, is het niet? Ben je bang dat je wat kwijt zal raken? Laat het los, en je zult voor het eerst de schat zien die niet te verliezen is. Werkelijke inspanningen, je vast bijten om tot werkelijkheid te komen, betekend continu op je tenen staan, er maar net bij kunnen. Toen Shakyamuni nog een Boddhisatva was en samen met Miroku bij zijn leraar studeerde, was  Miroku’s inzicht in bevrijding veel dieper dan dat van Shakyamuni. Maar Shakyamuni had een grote verbondenheid met alle levende wezens. Het stond als een paal boven water dat hij  instaat was wezens te redden. En terwijl Shakyamuni zich grote moeite getrooste zijn meditatieve vermogens te verdiepen, sloeg de meester van Shakyamuni zichzelf, om Shakyamuni te dwingen hem te zoeken. Er word gezegd dat hij alles deed om zichzelf te vergeten. Een week lang stond hij op z’n tenen. Dat is de kracht van de oefening. Oefen-kracht is nodig. Shakyamuni werd de toekomstige Boeddha. Toen Shakyamuni onder de Bodhiboom zat en verlichting realiseerde waren zijn eerste woorden, “0 wonder  der wonderen”. Iedereen is reeds gered, dat is het begin en de conclusie. En dat is werkelijk alles wat er te zeggen is. Maar hij voegde er aan toe:  “Doordat iedereen een op z’n kop gezette voorstelling van zaken heeft realiseren zij het Boeddhaschap niet.” Jullie ontvangen en accepteren verschillend en hebben ieder voor zich een andere voorstelling van zaken, tot het punt dat dit je helder voor ogen komt te staan en inziet dat je reeds gered bent. Dat alles van het begin af aan perfect is. Tot dat moment leef je in zinsbegoocheling. Totdat je dit kunt zien ga je door met rond lummelen en blijf je een dualistische kijk op zaken houden. We zijn reeds gered, maar omdat we de andere kant op kijken zijn we het ons niet bewust. Mogen we moedig deze begoocheling afwerpen en herboren worden. Dat is onze wens, ons verlangen, en wat je problemen ook mogen zijn je zit in het proces van Boeddhaschap, op weg naar verlichting. Alles is van het begin af aan goed zoals het is. Als je al een tijdje bezig bent en je hebt je er helemaal aan over gegeven, dan vindt je na verloop van tijd een eigen manier en wil je op die manier verder gaan. Misschien zit je wel drie uur achter elkaar, of je vast een paar dagen, en je hebt het gevoel dat je stevig in het zadel zit en dat je het goed doet. Je hebt het gevoel dat jou manier krachtig is en dat dit precies is wat je nodig hebt. Je onderscheidt je van het groepsgebeuren, omdat jouw manier krachtiger is. Misschien zonder je jezelf af om ongestoord werkelijk diep te mediteren, denk je. Dit is gevaarlijk omdat je op die manier je eigen manier van praktiseren hechter maakt en je eraan bindt. Dit is het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen, laat het los. Ga op een bergtop zitten en je wordt een berg-aap.

Nadat je een doorgaande diepe realisatie hebt gehad is het een andere zaak. Dan kun je in je eentje verder gaan. Je realiseert je het dan onmiddellijk als je de verkeerde kant op kijkt. Maar als je dit doet voor het zo ver is versterk je alleen je gewoontes, je hebbelijkheden. Vele verlichte beoefenaars klommen de berg op en kwamen nooit meer naar beneden. Het schuim van de verlichting moet er afgewassen worden, en dat is een lang en hard proces. Maar als je nog steeds in het proces van wel en niet willen zit, wel en niet ‘houden van’, dan is er van alleen praktiseren geen sprake. Je luie geest vindt veel te veel wegen om zichzelf te plezieren en te manifesteren. Je grijpt naar ideeën, begrippen en besluit dat ze goed zijn. Je geeft toe aan comfortabele situaties. Deze dingen, situaties, worden onneembare obstakels in je oefening en je zal de tienvoudige tijd nodig hebben om je ervan te ontdoen. Sommigen van jullie zullen denken dat ik arrogant ben en mijn positie als leraar probeer te beschermen. En sommigen van jullie denken: “Waar heeft hij het over?”, “Kijk eens hoe vast hij aan zijn leerlingen zit”. Hoe meer je oefent, hoe meer je gewoontes, je gehechtheden, dat wat je tracht vast te houden duidelijk wordt en zich aan je vertoont. Je moet het je realiseren, en het blijven herhalen, tot je het tot op je botten voelt dat er geen excuus is om je te laten leiden door je gewoontes. Loslaten, loslaten, en nog eens loslaten.

Een gevoel van berouw en schaamte is niet ongewoon als je werkelijk toegeeft en loslaat. Ik kan het niet helpen dat ik mijzelf keer op keer herhaal. Niemand, niemand van jullie is halfbakken, verloren of minder dan een ander, aan niemand die hier zit mankeert iets.

Je vraagt je misschien af: “Zelfs aan mij niet?”. Natuurlijk.  “Zo egoïstisch als ik ben?”

Ja, zelfs zo egoïstisch als jij bent. Er is niet zo iets als een vast of een solide ik, je houdt je alleen vast aan een begrip van een ik uit gewoonte. Je houd je vast aan een besef van “Er is, er is, en er is.” Hoe schitterend is het dat je kunt zien dat er nooit iets was. Je ontwaakt en ziet de dingen zo als ze zijn, je realiseert je hoe totaal egoïstisch je bent. En het universum vult zich met berouw. Deze ademhaling, de ademhaling van dit moment, dit alleen, dit doen. Dat is de grootste aller schatten. Het lukt je maar niet het zo te zien. Deze ademhaling, deze stap, is het meest waardevolle in het totale universum. Je hoort dit en het klinkt goed, maar je denkt nog steeds dat er ergens anders nòg iets goeds te vinden is, iets wat totale bevrediging geeft.

De schat is hier, nu, deze ademhaling, dat is de “werkelijkheidschat”. Misschien denk je “ik geloof je, maar ik zie het gewoonweg niet”. Dat komt omdat je geestesoog nog niet open is.

Het is van belang, dat je erg voorzichtig, aandachtig, totaal één met je ademhaling bent, en zonder falen tot realisatie kan komen. Of je nu je ademhaling telt (susokukan), hem volgt, of de koan Mu, het geluid van een hand, of je werkelijke gezicht als koan hebt, dan wel Shikantaza doet.

Praktiseer zoals je opgedragen is, probeer er niets aan toe te voegen, of er achter te komen hoe het werkt. “Juststickwithit”. Je hebt geen tijd om te zitten suffen. Er zal een tijd komen dat je dit zelf zal inzien. Gooi jezelf er met al je energie bovenop en de tijd zal komen dat het duidelijk zal zijn.

Als je dit werkelijk doet, dan buig ik voor je en wens je een gelukkige geboorte. Maar als je afglijdt en het probeert te pakken dan wordt je misleiding alleen maar groter. Je wilt door mij getest worden. Je bent al lang onder weg. Je bent voorbereid en alle antwoorden heb je al kant en klaar, Je kunt ze elk moment spuien. Wat ik van jullie wil, is dit. Ik wil dat je met je gehele inzet door gaat tot je herboren bent. Doorgaan met deze ene, ademhaling totdat je totaal ontwaakt bent.

Het is geen wens van je om je totale leven op te souperen en niet in staat te zijn de vriendelijkheid die je ontvangt terug te betalen. Je ontvangt de vriendelijkheid van het universum. Maar als je geen berouw kunt tonen, als je geen eerbied op kunt brengen, als je de Dharma-lessen lichtvaardig opvat dan zal je door onwetendheid in ongunstige omstandigheden verzeild raken. Zij die in het verleden niet verlicht geraakt zijn zullen nu tot verlichting komen. In dit leven zal je het moeten verwezenlijken. Toen Boeddha’s nog niet verlicht waren,waren ze net zoals jij nu bent.

Als je de verlichting realiseert ben je als de Boeddha’s van weleer. Aan dit moet je je spiegelen, als je op deze manier berouw toont zal je zeker hulp van al de Boeddha’s ontvangen. Wat er ook gezegd wordt uiteindelijk komt het hier op neer:

“Je moet je met alles wat in je is op je training storten, geef alles wat je hebt”. De ‘grote zaak’ zoals dit genoemd wordt moet je behandelen als het belangrijkste wat er bestaat.

Je oefening, behandel het als het belangrijkste in het universum. Anders is het te gemakkelijk om af te glijden en los te laten, bijt je erin vast. Dat is wat belangrijk is.

De werkelijke krachtsinspanning op het pad betekent op je tenen staan, alles geven niets achter houden, geen reserves. Bijt je erin vast. Dat is wat van werkelijk belang is. Werkelijke krachtsinspanning op het pad betekent dat je op je tenen moet staan. Onthoud dat, bijt je er in vast. De inspanning, die je tranen je kosten, wijdt deze inspanning geheel aan de ademhaling van dit moment. Verbrand je tranen in deze ene ademhaling

 

SAMEN MET ALLE WEZENS REALISEREN WE HET

BOEDDHASCHAP.

Please follow and like us:
teisho

Zenleven Daiun Sogaku Harada Roshi

Zenleven

Door: Daiun Sogaku Harada Roshi

Mijn leven in Zentempels is een lang verhaal, nu ik terugkijk en mijn leven in ogenschouw neem…

Toen ik zeven jaar was, nam iemand mij voor het eerst mee naar een tempel. En nu ben ik zesentachtig.

De afgelopen herfst was ik in Tokyo en ontmoette daar een autoriteit op het gebied van frenologie (schedelleer). Die vertelde mij dat ik minstens negentig zou worden. Dus het ziet er naar uit dat mijn tijd nog niet op is.

In eerste instantie zou ik niet ouder dan vijfenvijftig worden, tenminste dat was mij verteld door een voorgaande generatie van toekomstvoorspellers. Ondanks deze voorspelling heb ik het leven gerekt tot nu toe. Ik schrijf dit toe aan het feit, dat ik tot geloof ben gekomen in de onontkoombare werking van karma (oorzaak en gevolg).  En voor zo ver mogelijk, naar dit geloof ben gaan leven. Maar boven alles geloof ik dat mijn leven zo als dat dan nu is,  het gevolg is van meditatie.

Er is geen zelf,  alleen Karma.  Karmische onvermijdelijkheid is een grote, eeuwige, onsterfelijke, ijzeren wet. En noch goden, Boeddha’s of demonen kunnen daar iets aan veranderen. Daarom, als je je fysieke gezondheid in de gaten houdt, een regelmatige leven leidt, spiritueel gericht blijft en steeds doet dat wat juist is, kan men gestadig zijn leven verlengen.  Als kind had ik een zwakke gezondheid en daar kwam nog bij, dat in de oude stijl Zentempels er weinig aandacht werd geschonken aan de voedingswaarde van het eten. De gebruikelijke kost bestond uit gekookte gerst en rijst, gezouten radijs (Rettich, Japanse naam: Daikon ) en miso-soep met wat groente. De zeldzame keer dat we tofu (chinees tahoe) kregen, gebakken of uitgeperst, was een traktatie. Met als gevolg dat door dit dieet mijn huid over mijn hele lichaam was uitgedroogd. En bij koud weer werd ik voortdurend geplaagd door kloven, mijn huid barstte overal open. Gedurende de jaren dat ik in de trainingshal van de Shogen-Ji tempel in Ibuka verbleef, was “Mino”, de jaarlijkse bedelronde om daikon (rettich) bij elkaar te bedelen, een martelperiode. We verzamelden de daikon in de dorpen rondom Ibuka en droegen de zware vrachten die over een bamboestok hingen op onze schouders terug naar de tempel. De kloven in mijn voetzolen begonnen te bloeden, zodat ik op mijn tenen lopend deze tochten af moest leggen.( bij de traditionele bedeldracht draagt men zogenaamde “Waradji”, sandalen van stro die men zonder sokken draagt) Bij terugkomst ging iedereen in bad om op die manier bij te komen van de kou. Maar mijn voeten brandden zo pijnlijk dat ik ze niet in het hete water kon krijgen. Dit valt echter niet onder de categorie verhalen “De Ontberingen van een Zen-monnik”. De grootste pijn voor een Zen-monnik is licht brengen in “De Grote Zaak”. De oprichter van het Soto-Zenboeddhisme, Dogen Zenji, zei: “Het bestuderen van de Boeddhaweg, is het bestuderen van dat wat het zelf is.” Dat zelf, is niet de illusionaire 1,80.M. hoge homp vlees die de meeste mensen voor het zelf verslijten. Het zelf is het oneindige universum, in ruimte en tijd. Dat is het werkelijke zelf. Het is het totale universum. Dit is wat men in Zen met het werkelijke zelf bedoeld . Door wat zou dat aangetast kunnen worden, een kernexplosie? Dit is je gezicht voor je geboren werd. De juiste manier van het Boeddhisme beoefenen, is dit geloven, het begrijpen , dit te trainen, ontwaken, er één mee worden. Tussen haakjes, deze manier van oefenen is niet alleen voorbehouden aan Zen, elke zich zelf respecterende religie maakt gebruik van deze trainingsmethode.

Gisterenavond hoorde ik iets heel vreemds op de radio. Er was een jongeman die meedeed aan een of andere populaire quiz. Deze jongeman gaf als beroep op Boeddhistische priester. Het commentaar dat de quizmaster gaf was: “De training moet wel erg zwaar zijn”. Waarop de jonge man antwoordde: “Ik doe geen enkele training.” De quizmaster was met stomheid geslagen. Deze uitzonderlijke priester kwam welliswaar van een andere orde, maar ik wil alleen maar zeggen, dat in deze tijd binnen het Zenboeddhisme wemelt van zulke types. Je kunt haast wel zeggen de meerderheid. In deze tijd van woningnood, wonen priesters in gigantische tempels, gebouwd voor hen door onze voorouders. Het enige wat ze te doen hebben is af en toe wat sutra’s reciteren, een begrafenis ceremonie leiden en het kerkhof bijhouden. Ze gaan soms zo ver dat ze een gedomesticeerd leven leiden, met vrouw en kinderen, als gewone leken. Tot overmaat van ramp zijn door de overheid de rijstvelden die bij de tempels hoorden na de oorlog in beslag genomen. Omdat dit vaak een grote bron van inkomsten voor de tempels was, die nu wegviel, hebben veel priesters logischerwijs baantjes aan genomen, zoals docent of ambtenaar bij de gemeente. Van enige vorm van training is daardoor in de verste verte geen sprake meer. Zelfs op de universiteiten die geacht worden priesters op te leiden, is de Zazen-training geen vereiste meer. Met als resultaat dat het aantal monniken in kloosters zoals dit sterk terug loopt. Aan de andere kant, het aantal jonge aspirant-leken groeit tegen de verdrukking in, Niet alleen gewijde priesters, maar jonge mensen in het algemeen, die serieus op zoek naar de waarheid zijn, door twijfels worden gekweld. En zich af beginnen te vragen “Waarom zijn we geboren? Wat doe ik hier? Wat gebeurt er na de dood? In mijn jeugd werd ik ook door zulk soort vragen gekweld, de bron van deze kwelling was voor mij het mysterie van leven en dood.

Dogen Zenji schreef in de inleiding van zijn boek Shushogi: “Volledig klaarheid brengen in de bedoeling van geboorte en dood, is het meest belangrijke vraagstuk voor elke Boeddhist. Meedogenloos werd ik door deze vraag gekweld, tot ik er niet meer tegen kon. Uiteindelijk zette ik mij er toe anderen in vertrouwen te nemen en ik schreef lange brieven aan drie bekende Boeddhistische leiders in die tijd: Dr. Sensho Murakami (een zeer bekende geleerde op boeddhistisch gebied), Shaku Soen Zenji (een groot Zenmeester) en Unsho Risshi (een meester van de Shingon sekte, gerespecteerd om zijn grote deugdzaamheid). Ik vroeg hen om het fundamentele antwoord op vraag van leven en dood: “Als iemand sterft, verdwijnt hij dan als een wolk in de mist, of is er een leven na de dood?”. Alle drie deze heren reageerden snel op de ongemanierde directe vragen van deze obscure monnik uit het achterland. Tot op de dag van vandaag ben ik deze heren nog steeds dankbaar. En om met het dubieuze antwoord van Dr. Murakami te beginnen, hij schreef mij:

“Het Boeddhisme leert ons dat er geen permanent zelf bestaat. Als er geen permanent zelf is,  bestaat er ook geen geboorte en dood. Maar misschien is er leven en dood voor hen die in  zichzelf een ego herkennen.”

Een versluierde uitbrander kwam van Unsho Risshi:

“Is het mogelijk dat een discipel van Boeddha zich bezig houdt met zulk soort vragen? Staat het niet overduidelijk in de lessen, of je nu zoekt in de leringen of in de Sutra’s ? Maar als je het nog steeds niet begrijpt, kom naar mijn tempel voor training.”

En van Shaku Soen Roshi kwam de instructie:

“Wat? Een Boeddhist die niets weet van de continuïteit van het leven? Als je Kensho (soort    verlichtingservaring) bereikt is dat probleempje voor je ontbijt opgelost. Allebei de Koan’s “Wat is het geluid van een klappende hand?” en zoals Kaku Osho van Roya zei: “Als alles van nature puur is, hoe komt het dan dat bergen, rivieren en de aarde zelf plotseling verrijzen?”  zijn goed. Als je helder doordringt tot één van deze Koan’s, is je probleem onmiddellijk opgelost.”

Het is misschien onhoffelijk te vertellen wat ik dacht, nadat ik de drie antwoorden in overweging had genomen, maar ik dacht niet dat Dr. Murakami de Boeddhistische leerstellingen werkelijk begreep. Het is niet zo dat, omdat het Boeddhisme egoloosheid predikt, geboorte en dood niet bestaan. En wat Unsho Risshi betreft, wat hij zei was redelijk genoeg, maar het leek erop dat zijn begrip over die theorie niet gefundeerd was. En ik kon mijzelf er niet toe brengen naar zijn tempel te gaan om bij hem te trainen. De enige die overbleef om mijn vertrouwen in te stellen, was Shaku Soen Roshi. Zijn antwoord was het meest verheffende van de drie. En ik nam het besluit om mij aan een serieuze training te onderwerpen en beloofde mijzelf tot verlichting te komen. Zo kwam het dat ik voor training naar het Inzaaiklooster Shogen-Ji ging, waar ik het al eerder over had. Ik was in staat “Het geluid van één klappende hand” te horen. Dat is te zeggen, ik kreeg dat als extra bovenop mijn eerste Kensho- ervaring, die gepaard ging met een groot gevoel van vrede. En zoals iedereen die een eerste Kensho ervaart, overviel mij een groot vreugdegevoel. En tijdens deze vreugde heb ik mijzelf afgezonderd en een vreugdedansje gemaakt.

Maar na ongeveer twee maanden kreeg ik twijfels over mijn ervaring en donderde ik in een afgrond van zielepijn, zoals ik nog nooit had ervaren. Nogmaals wierp ik mij met nog grotere ijver op mijn training. Ik herinner mij dingen uit die periode, zoals mediteren in de sneeuw, spiernaakt Zazen in een broeierig bamboebos waar je werd opgevreten door de muskieten.

Mijn tweede Kensho zal je wat onsmakelijk in de oren klinken. Op een morgen, toen ik aan een lange bedeltocht bezig was, zat een oude vrouw te piesen in een open toilet naast de ingang van een boerderij. Toen ik de urinestroom zag, stroomde ook de Satori (verlichting).   Ik was naar Ibuka gekomen toen ik twintig was, ik bleef daar drie jaar, ik trainde zowel onder Daigi Osho als onder Toju Osho. Daarna volgde ik een theoretische studie aan een Boeddhistische universiteit. Na mijn afstuderen werd ik twee maal aangesteld om een research te doen, wat in totaal zes jaar in beslag nam. Gedurende die tijd praktiseerde ik onder Jitsuyu Watanabe, Tenkai Hoshimi, Tatsujun Adachi, Sotan Oka en Kodo Akino: stuk voor stuk Boeddhistische leraren, geen van hen naar tevredenheid. Uiteindelijk ging ik naar Kogenshitsu Dokutan Rodaishi van de Nanzen-Ji tempel en bleef drie jaar onder zijn leiding. Dokutan Roshi was een uitzonderlijke leermeester, hij was begiftigd met zowel de kracht van Boeddha’s waarheid, als met een uitstekende moraal. Ik voel mij zelf zeer begunstigd dat ik onder deze zeer gerespecteerde meester heb mogen trainen. Ik vertel dan ook altijd aan hen die bij mij trainen dat Dokutan Roshi, ondanks zijn zwakke gezondheid die hij van kinds af aan had,  alleen dankzij zware training tot deze begaafdheid is gekomen.

Hij sprak altijd zachtjes, maar als hij een uitbrander gaf met een stem die nauwelijks te horen was, liepen de rillingen over mijn rug en het zweet brak mij uit. Als mijn voorgaande meesters mij rigoureus het vuur aan de schenen legden, bleef ik daar koel onder. Maar terwijl Dokutan Roshi’s woorden dezelfde waren als die van  mijn voorgaande meesters, dwong de kracht van zijn karakter respect af. Ik leerde van hem, dat de kracht van karakter alleen, mensen in beweging krijgt. Tijdens mijn verblijf bij Dokutan Roshi viel mij drie keer Kensho ten deel en uiteindelijk loste ik het probleem van geboorte en dood op. Met gerust hart kon ik met een luid gesnurk in slaap vallen. Maar om dit punt te bereiken heeft me twintig jaar training gekost. Dit betekende natuurlijk niet dat ik geslaagd was en een diploma kreeg. Ik ben nog steeds in training. En nu ik een oude man ben, die zesentachtig jaar op weg is, ben ik nog steeds een twee jaar oud kind, dat nog nat achter de oren is; een zeer bescheiden positie.                                                        In mijn jeugd had ik mijn leven al ruw uitgestippeld. Ik zou mezelf wijden aan training en studie tot mijn veertigste. Van mijn veertigste tot mijn zestigste zou ik mezelf dienstbaar opstellen voor anderen en hen religieuze instructies geven. Vanaf mijn zestigste zou ik alles doen wat binnen mijn vermogen lag. Maar toen ik de geplande leeftijd van veertig bereikte, zag het er naar uit dat ik geen ander alternatief had, dan om de leraarspost op de universiteit te accepteren, die mij toen aangeboden werd. Ik gaf twaalf jaar les aan de Komazawa-universiteit, totdat ik mij realiseerde dat het veel belangrijker was om Zen-monniken te trainen, dan door te gaan met lesgeven. Zodoende accepteerde ik de functie van abt in het Hossinji-klooster. Dat is nu zo’n zes- â zevenendertig jaar geleden.

Als je naar de oude meesters kijkt, zijn de meest nobele en eerbiedwaardige zij, die door jarenlange training de golven van de geest tot rust hebben gebracht. Bijvoorbeeld: Joshu (een beroemde Chinese Zenmonnik, die leefde van 778 tot 897) had zijn eerste grote verlichting toen hij achttien was. Gevolgd door achttien grote Satori-ervaringen en ontelbare kleine. Hij verliet zijn huis toen hij zestig was en trapte op zijn tachtigste de bodem uit de put met zijn laatste Koan “Gewoon leven past het beste” (Ordinary mind is the way). Hij werd honderddriëentwintig jaar oud. Daarom stak Joshu met kop en schouders uit boven de vele patriarchen uit de geschiedenis en was een meester onder de meesters.

“Het leren van de Boeddhaweg is jezelf leren kennen, het zelf bestuderen.” Deze woorden van de oprichter van Eiheiji (Dogen Zenji) hebben we al eerder aangehaald. Hij vervolgt: “Jezelf kennen is jezelf vergeten.” De training is gericht op het vergeten van dat wat het zelf is, en dat is geen gemakkelijke opgave. Veronderstel, iemand bereikt op de een of andere manier Kensho, en ontwaakt uit de droom van dualiteit: misleiding en verlichting, gewone mensen en heiligen, zelf en anderen, gastheer en gast, geboorte en dood, goed en slecht, winnen en verliezen. En om dan tot de ontdekking te komen dat hemel en aarde, en dat wat het zelf is, één zijn, dat de veelheid een éénheid is. Maar de hardnekkige tendens, het vasthouden van het dualisme, overgedragen uit een eindeloos verleden, is niet gemakkelijk weg te wassen. En dan, als uiteindelijk Satori je ten deel valt, blijft de herinnering van deze ervaring aan je vastkleven als hars. De training om dit uit te wissen zal je niet gemakkelijk vallen. Om deze herinnering te eindigen gebruikten de oude meesters “De vier condities”, “De vijf rangen” en “De tien plaatjes van de os”. Om op deze manier het stadium van hun training zorgvuldig in detail en diepte te onderzoeken op achtergebleven ongerechtigheden???. Er wordt verteld dat door een heldere Kensho-ervaring, misleidende denkbeelden van de waarheid in één klap aan stukken worden gebroken, als een donderslag bij heldere hemel. Maar misleidende gedachten zijn echter misleidingen die gebonden zijn aan zeden en gewoonten. Om hier doorheen te breken, is als het doorsnijden van de lotusstengel met zijn hardnekkige, taaie draden. Om deze reden is het dat de patriarchen, na het verkrijgen van Satori, nog twintig, dertig, veertig jaar toegewijd doorgaan met trainen.

In het recente????of verre verleden, hier in Japan, leidden Daito Kokushi en Kojiki Tosuo een leven als bedelaar en Kazan Kokushi trok zichzelf diep terug in de bergen van Ibuka en leefde als boer. En dit alles met geen andere reden dan zichzelf te vergeten, na Satori, en zich te harden als staal.

Sekito Zenji waarschuwt ernstig in zijn Sandokai: “Hoewel je het zou verwachten, het is niet Satori”.

Dit is er de oorzaak dat mensen die zich met Zen bezighouden te gehaast gezegden verspreiden, zoals “Elke dag is een goede dag” en “Pure wind, heldere maan”. Maar om dit in praktijk te brengen is geen gemakkelijke opgave.En wie zit er in deze gehaaste wereld eigenlijk op deze moeilijke training te wachten? Zeggen de Boeddha’s en patriarchen zelf niet dat alle wezens van nature al Boeddha zijn? Deze en andere niet doorleefde uitspraken worden gebruikt in zogenaamde Dharma-toespraken, door zogenaamde leraren wier ogen nog potdicht zitten. Hoe beangstigend is dit, dit roekeloze van onze tijd, dit is beangstigender dan de atoombom, die zo gevreesd wordt door de wereld. Zoals het er nu voorstaat, ben ik een zwakke oude man, die allang zijn pensioengerechtigde leeftijd is gepasseerd en nog steeds zijn gewicht in de schaal tracht te gooien. En niet in de laatste plaats om te helpen de ogen te openen van de Amerikanen, die helemaal naar Japan zijn gekomen om te trainen. Het verheugt mij te zien, dat de overdracht van Zen op een goede manier de wateren oversteekt. Mr. Kapleau, die hier in training is, was enige jaren geleden hier als verslaggever voor de Tokyo Trials. Nu is hij net als de monniken: hij eet rijstepap, helpt de beerput legen, beoefent Zazen en “Meditatie in actie”, en worstelt met de Koan “Mu”. Hij doet mee aan de week-Sesshin, die hier zes keer per jaar gehouden worden. En “Mu” houdt hem wakker in de nacht: Mu, Mu, Mu, Mu. Hoewel alles wat hij doet zeer lovenswaardig is, heeft hij helaas nog geen Satori gehad.  Het is erg jammer om te zien, dat de buitenlanders niet kunnen zitten zonder dat hun benen pijn gaan doen. We kunnen niet dankbaar genoeg zijn, dat wij als oosterlingen opgevoed in Boeddhistische landen, gemakkelijk in lotushouding kunnen zitten. Voor ik ga eindigen, wil ik wat opmerkingen maken voor de Amerikanen in training. Er waren er vier hier, waarvan één een vrouw, drie ervan zijn teruggekeerd naar hun vaderland, alleen Mr. Kapleau is overgebleven. Het ziet ernaar uit dat Mr. Philip, die hier al eerder was, snel terugkomt. De meeste van hen zijn begonnen met meditatie als gevolg van het horen van lezingen, gehouden door Dr. Daisetsu Suzuki aan de universiteit van Colombia. Dat is te zeggen, ze weten dat de kern van Zen zeker niet bereikt kan worden door concepten, gewaarwordingen of geloof. Dr. Suzuki vertelde hen: “Als je spirituele zelfkennis wilt ervaren, is het onontbeerlijk om formele training te ondergaan onder leiding van een goede Zenmeester.”  Mr. Philip, die docent Westerse Filosofie is aan een Amerikaanse universiteit, beoefende hier Zazen, toen hij in een uitwisselingsprogramma aan het Nara Vrouwencollege zat. In eerste instantie ging hij twee keer naar India, de wieg van het Boeddhisme, in de hoop een leraar te vinden. Hij vertelde me dat hij er uiteindelijk een vond, wiens Dharma-oog geopend was. Maar omdat deze meester nog nooit een ander persoon tot verlichting had gebracht, kwam Mr. Philip tot de conclusie dat het een hopeloze zaak was. Zodoende kwam hij naar Japan. In ieder geval, de Amerikanen die hier komen trainen, zijn waarlijk op zoek en komen hier omwille van de grote Dharma. Voor hen is het dat ik extra goed voor mijn lichaam zorg en bid dat ik mag leven tot een rijpere en hogere leeftijd.

 

DAIUN SOGAKU HARADA ROSHI.

 

HOSHIN-JI

 

HOSHIN-JI

Het klooster waar Daiun Sogaku Daiosho 40 jaar abt was.

Please follow and like us: